Oval half

Fase 4: 2023 - heden

In 2016 verscheen het FHIC-werkboek en gingen de eerste instellingen aan de slag met de implementatie van FHIC. Het onderzoek tot en met 2022 richtte zich vooral op de ontwikkeling en implementatie van het model; in die periode is de FHIC-monitor ontwikkeld en gevalideerd.

Vanuit de FHIC-afdelingen kwam vervolgens de vraag naar verdiepend onderzoek. Sinds 2023 loopt daarom een vervolgtraject langs drie onderzoekslijnen. Centraal staat de beweging die het model beoogt: van beheersen naar contact, met relationele veiligheid als uitgangspunt en reductie van verplichte zorg als doel.

 

Onderzoekslijn 1: Cultuurverandering

Werken volgens FHIC vraagt van behandelteams vaak een verandering in cultuur, werkwijze en structuur. Uit eerder verkennend onderzoek bleek dat teams die omslag als uitdagend ervaren en behoefte hebben aan ondersteuning. Deze onderzoekslijn richt zich daarom op de ontwikkeling van een reflectiemethode waarmee teams gezamenlijk hun waarden en normen kunnen verkennen. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ).

KFZ-project: Ondersteuning van cultuurverandering: een reflectiemethode voor forensische zorgprofessionals

Reflectie is een van de manieren om cultuurverandering binnen teams te ondersteunen. Uit eerder onderzoek is bekend dat gestructureerde reflectievormen, zoals moreel beraad, daarbij behulpzaam zijn. Tegelijk blijkt de klassieke vorm van moreel beraad in de praktijk lastig systematisch te implementeren: de drempel is relatief hoog en het vraagt veel van de organisatie eromheen.

Binnen dit project wordt daarom een reflectiemethode ontwikkeld die specifiek is toegesneden op forensisch zorgpersoneel en die laagdrempelig in te zetten is in de dagelijkse praktijk. Teams gaan daarbij samen op zoek naar gedeelde waarden en normen, wat de samenwerking versterkt.

Het initiatief voor deze ontwikkeling komt uit het werkveld zelf. Dat blijft ook zichtbaar in de werkwijze: de methode wordt ontwikkeld in een co-creatieproces, waarin bij elke stap de vraag centraal staat of het aansluit bij de dagelijkse praktijk.

Hoewel het onderzoek voortkomt uit FHIC, is de methode nadrukkelijk bedoeld voor bredere toepassing. De beweging naar contactgedreven zorg speelt in het hele forensische werkveld; het doel is een methode die niet alleen past bij FHIC-teams, maar bij alle forensisch zorgpersoneel.

Lees hier meer over het KFZ-project

 

Onderzoekslijn 2: Implementatie per setting

De afdelingen die met FHIC werken verschillen sterk van elkaar. Er zijn uiteenlopende beveiligingsniveaus, de ene afdeling heeft meer expertise op het gebied van verslaving, de andere is gebonden aan penitentiaire wet- en regelgeving, en weer een andere heeft een specifieke positie in de zorgketen. Elke afdeling geeft binnen het FHIC-model dan ook een eigen invulling aan het werken volgens het model.

Deze onderzoekslijn brengt die afdelingsprofielen in kaart, formuleert best practices en benoemt per type afdeling de specifieke aandachtspunten bij implementatie.

 

Onderzoekslijn 3: Doeltreffendheid

Teams ervaren in eerder onderzoek dat het werken volgens FHIC daadwerkelijk leidt tot meer contact en minder verplichte zorg. Deze effecten zijn echter nooit eerder kwantitatief onderzocht.

Deze onderzoekslijn richt zich op afdelingsniveau op uitkomsten zoals het aantal incidenten, dwang- en drangcijfers en het ziekteverzuim onder medewerkers. Het landelijke onderzoek Zicht op Agressie maakt hier deel van uit.

KFZ-project: Zicht op Agressie

Met deze landelijke studie wordt voor het eerst systematisch in kaart gebracht hoe vaak en op welke manier agressie-incidenten voorkomen op FHIC-afdelingen.

Deelnemende afdelingen registreren incidenten met de SOAS-R, een gestandaardiseerd registratie-instrument. Dat levert gegevens op over de aard, frequentie en ernst van agressie, die vervolgens gekoppeld kunnen worden aan andere uitkomstmaten zoals het gebruik van dwangmaatregelen en het ziekteverzuim onder medewerkers. Zo ontstaat niet alleen zicht op hoe teams het werken volgens FHIC ervaren, maar ook op wat dit betekent voor de dagelijkse praktijk op de afdeling.

De resultaten van Zicht op Agressie dragen bij aan de verdere onderbouwing en doorontwikkeling van het FHIC-model, en bieden afdelingen concrete aanknopingspunten om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

Lees hier meer over het KFZ-project

 

Wie voert het onderzoek uit?

Het vervolgonderzoek wordt uitgevoerd door de onderzoeksgroep Forensische High en Intensive Care van het Amsterdam UMC, in samenwerking met alle deelnemende organisaties van het FHIC project en het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie. Het onderzoek loopt van 2023 tot 2028.

Vragen?

Heeft u vragen over het vervolgonderzoek? Neem contact op via fhic@amsterdamumc.nl.